Portret Van Jonge Maker

Teunkie2[2].jpg

Foto: Casper Koster

Het Compagnietheater toont (on)bekend podiumtalent. Iedere maand belichten we één van deze jonge, talentvolle makers. Drie vragen, drie antwoorden. Dit keer het portret van regisseur Teunkie van der Sluis. Op 23 januari gaat zijn nieuwste voorstelling in première in het Compagnietheater.

Wat maakt Longen de must see van het seizoen?
Longen behandelt het onontkoombare vraagstuk wat deze eeuw gaat domineren: de wereldbevolking blijft maar doorgroeien, maar de aarde raakt op. Wat voor toekomst geef je dan je kinderen? Het vertelt dit vanuit een heel persoonlijk standpunt: een jong stel met een kinderwens, een stel van mijn generatie, voor wie onzekerheid de enige zekerheid gaat worden. En het heeft een bijzonder originele vorm: een lange, doorlopende dialoog die uiteindelijk wel een halve eeuw bestrijkt. Longen is theater op z'n spannendst: twee acteurs, die zich nergens achter kunnen verhullen; wat lijkt te beginnen als een kleinschalig relatiedrama over het wel of niet willen van een kind, ontwikkelt zich tot een episch verhaal over hoe de wereld te redden zodat de longen van de toekomst nog lucht hebben om te ademen. Het is scherp, fantasievol en soms bijna ondraaglijk confronterend, en tegelijkertijd grappig, teder en herkenbaar. 

Ik maak met Longen ook een terugkeer naar Nederland, na jaren in Engeland te hebben gewerkt, onder andere als stafregisseur bij het Royal National Theatre in Londen. Ik heb het stuk van daaruit meegenomen. Longen is wereldwijd al met enorm succes gespeeld: van Amerika en Engeland tot Zweden, Italië en Duitsland. Wij doen de eerste Nederlandse productie. Dat is enerverend, maar toont ook de herkenbaarheid, en het belang van het onderwerp van de voorstelling.

Wie is jouw inspirator?
Dat wisselt per productie, maar blijft eigenlijk ook altijd gelijk: de acteurs. Dus op dit moment zijn Teun Kuilboer en Laura de Boer mijn inspirators. Als je in de repetitieruimte staat, en je werkt samen met acteurs om een toneeltekst te ontsluiten, dan ontwaar je door de mist, de afstomping en de gehaaste gedachten van het dagelijks leven inzichten waarom de mensheid doet wat ze doet. Daarom is een repetitieruimte zo'n inspirerende plek, en zijn acteurs de meest genereuze mensen die ik ken, omdat ze door soms de kleinste handelingen openbaringen met je delen over menselijke beweegredenen, twijfels en verlangens - soms wel zeven, acht uur per dag. Het is een privilege dat te mogen stimuleren, en het vervolgens ook nog eens met een publiek te mogen delen! En dat geldt eigenlijk even zo goed voor de toneelschrijvers wier werk ik regisseer, en de vormgevers met wie ik samenwerk.

Een regisseur moet de verbindende, sturende factor zijn in een productie: degene die omstandigheden mogelijk maakt waarin alle andere creatieve krachten hun beste werk kunnen maken. Anders vraag je die mensen toch niet om met je mee te werken? Ik heb niks met die zelfoverschattende navelstaarderij van regisseurs die zich opsluiten in hun eigen vormonderzoek. Dat staat ook meteen zo ver van het publiek, en daarmee van de samenleving af.

Natuurlijk zijn er ook constante inspiratiebronnen. Ik werk sinds ik de regieopleiding in Londen afrondde als een soort dubbelagent, in Nederland en daarbuiten. Daarom vind ik inspiratie in regisseurs die net als ontdekkingen en geheimen uit andere theaterculturen openbaren: Declan Donnellan, Thomas Ostermeier, Robert Lepage, Sebastian Nübling en het meeste nog Katie Mitchell.

Wat wordt je volgende project?
Ik ben altijd met een hele reeks tegelijk bezig. Na Longen stort ik me eerst op de laatste avond van Martin Luther King, die geconfronteerd met zijn naderende dood zijn successen en falen overdenkt - ook weer een toneelstuk wat ik uit het buitenland heb meegenomen. Vervolgens moet mijn theaterbewerking van de Franse speelfilm La Haine weer terugkomen in Engeland. En soms komen ook onverwachte dingen op je pad.  

   
 
Design } GOING & CMS } Masterwebber Home } Sitemap } Contact }